SCHLEICH
 
 
WORLD OF NATURE
 

Deze website toont Valinor's Schleich collectie: onze verzameling van miniaturen die onder de merknaam Schleich® binnen het concept "World of Nature" zijn uitgebracht.

 
 
     
   

Indeling

 
   

De dierfiguren in deze website zijn taxonomisch gegroepeerd.

In de biologie gebeurt het indelen van organismen veelal op basis van veronderstellingen over hun verwantschap in afstamming.

Elke soort hoort onder een geslacht. Elk geslacht hoort onder een familie. Elke familie hoort onder een orde. Elke orde hoort onder een klasse. Elke klasse hoort onder een stam.

Drie stammen

De dierfiguren die Schleich in de "World of Nature" heeft uitgebracht vallen onder 3 stammen binnen het rijk der Dieren (Animalia).

Chordadieren (Chordata) zijn dieren die een zogenaamde chorda of ruggenmergstreng hebben. Dit is een flexibel, staafvormig orgaan waaruit zich in de loop van de evolutie de wervelkolom ontwikkelde. De eerste onderverdeling na de Chordadieren zijn de dieren zonder en de dieren met een schedel. De Gewervelden (Vertebrata) zijn de dieren met een schedel.

Geleedpotigen (Arthropoda) zijn koudbloedige dieren met een uitwendig skelet, waarvan de poten een aantal gewrichten hebben. Hun lichaam is gesegmenteerd, waarbij verschillende ondergroeperingen kunnen zijn ontstaan, bijvoorbeeld bij spinnen in een kopborststuk en achterlijf, bij insecten in een kop, borststuk en achterlijf. Geleedpotigen vormen de grootste stam van het dierenrijk en komen in alle leefomgevingen (land, zoet water en zout water) voor.

De Weekdieren (Mollusca) vormen een stam van ongewervelde dieren met een week lichaam en in de regel een uitwendig kalkskelet (schelp). Er zijn grote verschillen in vormen en anatomie, maar de weekdieren hebben een aantal kenmerken gemeen, zoals de bouw van het zenuwstelsel de bloedsomloop en de ontwikkeling van het embryo. De meeste weekdieren leven in het water en daarvan leeft het grootste deel in zee. Slechts een deel van de slakken leeft op het land.

Klasses

Stam: Chordadieren (Chordata)
Onderstam: Gewervelden (Vertebrata)

De kraakbeenvissen (Chondrichthyes) vormen een groep meest in zee levende en vrij zwemmende gewervelde dieren, waarvan het skelet slechts uit kraakbeen bestaat. Daarin onderscheiden zij zich van de andere grote groep vissen, de beenvisachtigen, waartoe de straalvinnigen behoren.

Straalvinnigen (Actinopterygii) worden zo genoemd omdat deze vissen stralen in hun vinnen bezitten, dit zijn been- of hoornachtige structuren in de vinnen die de huid ondersteunen. De straalvinnigen zijn vertegenwoordigd in zowel zoet als zout water, van diepzee tot de hoogstgelegen bergbeken.

De amfibieën (Amphibia) vormen een klasse van koudbloedige dieren. De naam amfibie is afgeleid van het Griekse Amphi-bios, wat "dubbel-levend" betekent. Dit verwijst naar de levenswijze van amfibieën: ze kunnen zowel in het water als op het land overleven.

Ook de reptielen (Reptilia) zijn koudbloedige dieren. Reptielen worden vaak in één adem genoemd met de amfibieën, hoewel het hier twee zeer verschillende diergroepen betreft. Amfibieën hebben een permeabele huid en geen schubben, in tegenstelling tot de reptielen. Het belangrijkste verschil met de amfibieën is echter het ontbreken van een larvaal stadium bij alle reptielen.

Vogels (Aves) hebben allemaal twee zeer kenmerkende eigenschappen gemeen: ze hebben vleugels en veren. Vogels hebben zeer uiteenlopende leefgebieden: van oceanen tot woestijnen en van tropische regenwouden tot het poolgebied. Ook in vorm en grootte zijn vogels zeer verschillend. De struisvogel is groot en kan niet vliegen; de kolibrie is klein en is een zeer behendige vlieger.

Zoogdieren (Mammalia) zijn, net als vogels, warmbloedig. Zoogdieren hebben – althans in aanleg – een lichaamsbedekking die uit haar bestaat. Zij zogen hun jongen met moedermelk, de uitscheiding van hun melkklieren. Behalve melkklieren heeft de huid ook zweetklieren, waarmee zoogdieren warmte kunnen verliezen.

Stam: Geleedpotigen (Arthropoda)
Onderstam: Zespotigen (Hexapoda)

Insecten (Insecta) zijn een klasse van de geleedpotigen (Arthropoda). Zij vormen verreweg de grootste groep van dieren. Insecten leven op het land en in zoet water, slechts enkele soorten leven in zee. Insecten hebben een in drieën verdeeld lichaam (al is dat lang niet altijd duidelijk te zien). Aan de kop zijn de ogen, kaakdelen en voelsprieten gelegen. Het borststuk draagt de poten en eventuele vleugels. Het achterlijf bevat de spijsverterings-, uitscheidings- en voortplantingsorganen, en een groot deel van het ademhalingssysteem met de ademhalingsbuisjes.

Stam: Geleedpotigen (Arthropoda)
Onderstam: Duizendpotigen (Myriapoda)

De klasse duizendpoten (Chilopoda) valt onder de stam geleedpotigen (Arthropoda). Duizendpoten hebben een langwerpig en sterk afgeplat lichaam dat bestaat uit een kop en een lang achterlijf. Een belangrijk onderscheid met vrijwel alle andere geleedpotigen is het ontbreken van een borststuk. Het achterlijf bestaat uit vele (15 tot bijna 200) op elkaar gelijkende segmenten, met aan ieder segment één paar poten. De kop van een duizendpoot draagt twee voelsprieten, de ogen, de gifkaken en de monddelen.

Stam: Geleedpotigen (Arthropoda)
Onderstam: Chelicerata

De spinachtigen (Arachnida) vormen een klasse van de geleedpotigen (Arthropoda). Ze hebben 4 paar poten en meestal een in tweeën gedeeld lichaam; kop en borststuk zijn gefuseerd tot kopborststuk. De lichaamslengte van spinachtigen varieert van kleiner dan 1 millimeter (mijten en teken) tot 23 centimeter (schorpioen). De mannetjes zijn meestal kleiner dan de vrouwtjes.

Stam: Weekdieren (Mollusca)

De inktvissen (Cephalopoda) vormen een klasse dieren behorend tot de stam Weekdieren (Mollusca). De wetenschappelijke naam, Cephalopoda, is afgeleid van het Grieks en betekent letterlijk koppotigen. Deze naam is zo gekozen omdat de armen zich in een kring rond de mond van het dier bevinden. Inktvissen komen enkel in zout water voor en leven in alle wereldzeeën.