SCHLEICH |
||||||||
WORLD OF NATURE |
Deze website toont onze verzameling van dierminiaturen die (sinds 1984) onder de merknaam Schleich® binnen het concept "World of Nature" zijn uitgebracht. |
|||||||
|
klasse: zoogdieren klasse: zoogdieren
klasse: zoogdieren
klasse: zoogdieren klasse: vogels klasse: reptielen klasse: amfibieën klasse: straalvinnigen klasse: kraakbeenvissen klasse: inktvissen |
Indeling
De dierfiguren in deze website zijn taxonomisch gegroepeerd. In de biologie gebeurt het indelen van organismen veelal op basis van veronderstellingen over hun verwantschap in afstamming. Elke soort hoort onder een geslacht. Elk geslacht hoort onder een familie. Elke familie hoort onder een orde. Elke orde hoort onder een klasse. Stam Bijna alle dierfiguren die Schleich in de "World of Nature" heeft uitgebracht behoren tot de groep Gewervelden (Vertebrata), die deel uitmaakt van de stam Chordadieren (Chordata). Chordadieren zijn dieren die een zogenaamde chorda of ruggenmergstreng hebben. Dit is een flexibel, staafvormig orgaan waaruit zich in de loop van de evolutie de wervelkolom ontwikkelde. De eerste onderverdeling na de Chordadieren zijn de dieren zonder en de dieren met een schedel. De Gewervelden zijn de dieren met een schedel. De enige Schleichfiguren in de "World of Nature" die niet behoren tot de groep Gewervelden, zijn de inktvissen. Die behoren namelijk tot de stam Weekdieren (Mollusca), die net als de Chordadieren onder het rijk der Dieren (Animalia) valt. Klasses Schleich heeft dierfiguren uitgebracht in de klasses:
De inktvissen (Cephalopoda) vormen een klasse dieren behorend tot de stam Weekdieren (Mollusca). De wetenschappelijke naam, Cephalopoda, is afgeleid van het Grieks en betekent letterlijk koppotigen. Deze naam is zo gekozen omdat de armen zich in een kring rond de mond van het dier bevinden. Inktvissen komen enkel in zout water voor en leven in alle wereldzeeën. De kraakbeenvissen (Chondrichthyes) vormen een groep meest in zee levende en vrij zwemmende gewervelde dieren, waarvan het skelet slechts uit kraakbeen bestaat. Daarin onderscheiden zij zich van de andere grote groep vissen, de beenvisachtigen, waartoe de straalvinnigen behoren. Straalvinnigen (Actinopterygii) worden zo genoemd omdat deze vissen stralen in hun vinnen bezitten, dit zijn been- of hoornachtige structuren in de vinnen die de huid ondersteunen. De straalvinnigen zijn vertegenwoordigd in zowel zoet als zout water, van diepzee tot de hoogstgelegen bergbeken. De amfibieën (Amphibia) vormen een klasse van koudbloedige dieren. De naam amfibie is afgeleid van het Griekse Amphi-bios, wat "dubbel-levend" betekent. Dit verwijst naar de levenswijze van amfibieën: ze kunnen zowel in het water als op het land overleven. Ook de reptielen (Reptilia) zijn koudbloedige dieren. Reptielen worden vaak in één adem genoemd met de amfibieën, hoewel het hier twee zeer verschillende diergroepen betreft. Amfibieën hebben een permeabele huid en geen schubben, in tegenstelling tot de reptielen. Het belangrijkste verschil met de amfibieën is echter het ontbreken van een larvaal stadium bij alle reptielen. Vogels (Aves) hebben allemaal twee zeer kenmerkende eigenschappen gemeen: ze hebben vleugels en veren. Vogels hebben zeer uiteenlopende leefgebieden: van oceanen tot woestijnen en van tropische regenwouden tot het poolgebied. Ook in vorm en grootte zijn vogels zeer verschillend. De struisvogel is groot en kan niet vliegen; de kolibrie is klein en is een zeer behendige vlieger. Zoogdieren (Mammalia) zijn, net als vogels, warmbloedig. Zoogdieren hebben – althans in aanleg – een lichaamsbedekking die uit haar bestaat. Zij zogen hun jongen met moedermelk, de uitscheiding van hun melkklieren. Behalve melkklieren heeft de huid ook zweetklieren, waarmee zoogdieren warmte kunnen verliezen. |
|||||||
|
farm life: wild life: algemeen: |
||||||||
www.valinor.nl/schleich |